Nieuwe forfaitaire normen voor mest

tabellenboekje

Nieuwe forfaitaire normen voor mest (2015-2017)

Op de website van RVO.nl zijn de nieuwe forfaitaire normen voor de verschillende mestsoorten gepubliceerd. Ten opzichte van 2014 zijn de normen aangepast voor vrijwel alle mestcodes van de diersoorten rundvee, kippen, varkens, geiten, schapen, nertsen en eenden. Een paar voorbeelden:

mestcode 41: gier en filtraat na mestscheiding (varkens):
2014: 3,9 kg stikstof en 1,1 kg fosfaat per ton
2015: 1,4 kg stikstof en 0,9 kg fosfaat per ton

mestcode 10: vaste mest (rundvee)
2014: 6,3 kg stikstof en 3,7 kg fosfaat per ton
2015: 7,7 kg stikstof en 4,3 kg fosfaat per ton

mestcode 33: mestband + nadroog (kippen)
2014: 35,1 kg stikstof en 28,1 kg fosfaat per ton
2015: 32,7 kg stikstof en 25,0 kg fosfaat per ton

In het verleden zijn de normen regelmatig aangepast. Addertje onder het gras was toen dat de wijzigingen van de normen ook direct in de beginvoorraad mest van het volgende kalenderjaar werden doorgevoerd bij bedrijven die hun eindvoorraad mest op basis van forfaitaire normen hadden doorgegeven.

Dit betekent dat wanneer bijvoorbeeld een voorraad van 100 ton mestcode 10 is doorgegeven als eindvoorraad 2014, dit een eindvoorraad gaf van 6.300 kg stikstof en 3.700 kg fosfaat, maar een beginvoorraad 2015 van 7.700 kg stikstof en 4.300 kg fosfaat. Met dit aspect en deze beginvoorraad moet rekening worden gehouden bij het bepalen van de eindvoorraad 2015.

Bekijk hier de forfaitaire stikstof en fosfaatgehalten in dierlijke mest 2014

Bekijk hier de forfaitaire stikstof en fosfaatgehalten in dierlijke mest 2015-2017

Niet genoeg monster: forfaitaire gehalten

Sinds 1 januari 2015 is een nieuw analyseprotocol dierlijke mest (AP05: Uitvoeringsregeling Meststoffenwet artikel 80 en 81) voor  laboratoria van kracht. Naast aanpassingen op laboratoriumtechnisch gebied, worden er ook strengere eisen gesteld aan de mestmonsters die wel of juist niet in behandeling mogen worden genomen.

In het nieuwe AP05 wordt gesteld dat een laboratorium een monsterverpakking waarin te weinig monster zit niet meer in behandeling mag nemen. De bijbehorende vracht mest wordt dan op forfaitaire basis afgerekend (klik hier voor een artikel uit Nieuwe oogst). Kort samengevat betekent dit het volgende:

Minimum hoeveelheid monster

gewicht mestmonster

Een volle monsterpot, maar toch maar 200 gram monster….een probleem (foto: Joep den Brok)

Vloeibare mestmonsters die minder dan de voorgeschreven 650 ml bevatten, mogen niet geanalyseerd worden en worden door RVO forfaitair geboekt. Voor vaste mest wordt de grens gelegd bij 500 gram. Monsters die minder dan 500 gram bevatten, mogen niet in analyse worden genomen en worden door RVO forfaitair geboekt.

Het probleem zit hem bij vaste mest. Het is namelijk bij veel soorten droge mest niet mogelijk om het minimale monstergewicht van 500 gram in de standaard verpakking te krijgen. Zie als voorbeeld de foto bij dit bericht.

Indien het gewicht van het monster te laag is, wordt dit monster niet geanalyseerd en mag het geen onderdeel uitmaken van een mengmonster

Ondanks dat bij de  NVWA is aangedrongen op een overbruggingsperiode is deze er niet gekomen. Daarom zijn de laboratoria genoodzaakt om ook bij vaste mest direct te handelen conform de nieuwe wetgeving. Dit komt regelmatig voor en kan gevolgen hebben voor de hoeveelheid afgevoerde mineralen in de mest, maar ook voor de mestverwerkingsovereenkomsten die met de monsters samenhangen.

 

Monsterverpakking

Tenslotte zijn onderstaande eisen aan de monsterverpakking geformaliseerd. Gesteld wordt dat de monsterverpakking ten minste dient te voldoen aan de volgende voorwaarden:

  • de met meststoffen gevulde monsterverpakking is zodanig gesloten dat deze niet zonder herkenbare beschadiging kan worden geopend en aan de inhoud ervan zonder herkenbare beschadiging niets toegevoegd, afgenomen of anderszins veranderd kan worden;
  • de monsterverpakking heeft een minimale inhoud van 750 milliliter;
  • de monsterverpakking, dan wel de onderdelen waaruit de monsterverpakking bestaat, zijn voorzien van een unieke barcode die zich ten hoogste eenmaal in de drie jaar herhaald.

Schuldig totdat het tegendeel bewezen is

Bij het opleggen van een bestuurlijke boete in verband met het niet naleven van de verantwoordingsplicht voor fosfaat en stikstof die geldt binnen de Meststoffenwet (oftewel het overschrijden van de gebruiksnormen) is sprake van het opleggen van een zogenaamde punitieve sanctie (doel van de sanctie is straffen).

zulke brieven zijn nooit leuk

Zulke brieven zijn nooit leuk.

Bij het opleggen een dergelijke sanctie ligt het in beginsel op de weg van het bevoegde gezag om, op basis van concrete feiten en omstandigheden, aan te tonen dat – en in welke mate – een vermeende overtreder de gebruiksnormen heeft overschreden. Deze zogenaamde onschuld presumptie vind je ook terug bij andere punitieve sancties. Denk bijvoorbeeld aan een snelheidsovertreding: Het bevoegde gezag toont met een meting, voorzien van een correctie in verband met de meetonnauwkeurigheid, aan dat de snelheid van een voertuig op een gegeven wegtraject hoger was dan de ter plaatse toegestane maximum snelheid.

Binnen de Meststoffenwet werkt het echter allemaal net even anders. In artikel 14, eerste lid, van de Meststoffenwet wordt op de vermeende overtreder de verantwoordingsplicht gelegd en is onschuld presumptie niet van toepassing. Het is aan de vermeende overtreder om de hoeveelheid fosfaat, respectievelijk stikstof in de aangevoerde, geproduceerde en afgevoerde mest te verantwoorden. Hiermee heeft de wetgever er uitdrukkelijk voor gekozen dat niet het bewijs van het bevoegde gezag, maar de verantwoording van de aangifteplichtige bepalend is voor de op te leggen sanctie. Daarbij moet de aangifteplichtige steeds aan kunnen tonen dat de mest die is geproduceerd of is aangevoerd en niet meer in opslag zit, is afgevoerd, alsmede naar wie deze is afgevoerd.

Dit neemt niet weg dat de wetgever, indien hij ter zake een bestuurlijke boete op wil opleggen, op basis van concrete feiten en omstandigheden dient aan te tonen dat een vermeende overtreder de verantwoordingsplicht inderdaad niet heeft nageleefd. Maar belangrijk is wel dat de verantwoordingsplicht bij degene rust op wiens bedrijf de mest is geproduceerd of aangevoerd: Schuldig totdat het tegendeel bewezen is, dus.

Het stikstofgat: gerichte correctie of willekeurig plakwerk ?

Een veel voorkomend probleem bij de uitwerking van de gebruiksnormenberekening op veehouderijbedrijven die veel mest afvoeren is de situatie waarin geen overschrijding plaatsvindt van de fosfaatgebruiksnorm, maar wel van de stikstofgebruiksnorm voor dierlijke mest. Dit terwijl er (meer) dan voldoende mest wordt afgevoerd. Een probleem dat (waarschijnlijk en vooral) wordt veroorzaakt doordat de vaste norm voor de vervluchtiging van stikstof te laag is vastgesteld ten opzichte van de verliezen die plaatsvinden op het bedrijf in kwestie. Hoewel al jaren wordt gesproken over aanpassing of het meer flexibel maken van deze norm is dit tot op heden nog niet gebeurd.

stikstofgat

Het stikstofgat: nog steeds een onverklaard fenomeen.

Wel wordt het probleem onderkend en er wordt zelfs voor gecorrigeerd. Op grond van een toezegging van de toenmalige minister Veerman in 2006 hanteert de Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland (RVO) een correctie voor dit zogenaamde stikstofgat. Deze correctie houdt in dat er van wordt uitgegaan dat de verhouding tussen stikstof en fosfaat in de geanalyseerde mestafvoer, mag worden gebruikt voor de berekening van een correctie van de hoeveelheid stikstof in de geproduceerde mest. Deze correctie wordt dan in mindering gebracht op de berekende stikstofproductie door de dieren.

Een voorbeeld
De varkens op bedrijf X produceren in een gegeven kalenderjaar 1000 kg fosfaat en 2000 kg stikstof. Op de grond die bij het bedrijf hoort kon per hectare 55 kg fosfaat en 170 kg N worden geplaatst. De resterende mest wordt afgevoerd. Na analyse blijkt in deze afgevoerde mest  950 kg fosfaat en 1500 kg stikstof in te zitten. De voorraden blijven gelijk. Uit de verantwoordingsplicht van de dierlike mest blijkt dat er 1005 kg fosfaat is verantwoord en 1670 kg stikstof. Er resteert dus een hoeveelheid van 330 kg stikstof die niet is verantwoord. Goed voor een boete van ruim 2.000 Euro.

De verhouding tussen stikstof en fosfaat in de afgevoerde mest bedraagt: 1.500/950 = 1,58. Wanneer deze verhouding op de fosfaatproductie wordt gelegd betekent dit: 1,58 * 1000 =. 1580 kg stikstof. De correctie voor het ‘ stikstofgat’ bedraagt daarmee: 2.000 – 1.580 kg = 420 kg. Deze correctie wordt in mindering gebracht op de mestproductie door de dieren. De berekening wordt dan als volgt.

De varkens op bedrijf X produceren 1.000 kg fosfaat en (2.000-420) 1.580 kg stikstof. Op de grond die bij het bedrijf hoort kan  55 kg fosfaat en 170 kg N worden geplaatst. De resterende mest wordt afgevoerd. Na analyse blijkt er 950 kg fosfaat en 1500 kg stikstof in de afgevoerde mest te zitten. De voorraden blijven gelijk. In totaal is hiermee 1005 kg fosfaat is verantwoord en 1670 kg stikstof. Hiermee is volledig aan de verantwoordingsplicht voldaan.

Toch geen volledige oplossing
Een mooie oplossing. Toch kleven er een aantal nadelen aan:

  • De correctie voor het stikstofgat is niet opgenomen in de Meststoffenwet en kan daarom niet worden gezien als een ‘recht’ en het wordt niet in elke situatie zonder meer of op deze wijze toegepast. Denk in dit kader bijvoorbeeld aan bedrijven die mestscheiding hebben toegepast waardoor de stikstof : fosfaat verhouding in de afgevoerde mest sterk afwijkt van de oorspronkelijk geproduceerde mest.
  • De correctie is alleen van toepassing op bedrijven met staldieren en niet voor mest afkomstig van graasdieren.
  • Bij bedrijven met veel grond is de mestafvoer beperkt en lastiger om aan te tonen dat de afgevoerde mest representatief is voor de gemiddelde mest op het bedrijf. Of denk in dit kader aan bedrijven die een deel van de mest op basis van forfaitaire normen afvoeren.

In bovenstaande omstandigheden kan het lastig zijn om het gelijk aan uw zijde te krijgen terwijl u wel in uw recht staat. Lastig, maar niet onmogelijk wanneer u uw rechten en de mogelijkheden hierin kent.