Onlangs deed het College van Beroep voor het bedrijfsleven uitspraak in een zaak waarin de stikstofverliezen bij melkvee aan de orde waren. Een melkveehouder kreeg een mestboete van € 15.605,10 wegens overschrijding van de gebruiksnorm voor dierlijke meststoffen in 2020. In hoger beroep stelde hij dat de minister bij de berekening van de mestproductie onvoldoende rekening had gehouden met gasvormige stikstofverliezen. De veehouder had voor zijn verantwoording gebruikgemaakt van de BEX-berekening, maar vond dat daarnaast een extra stikstofcorrectie moest worden toegepast. Het College volgt dat betoog niet. De BEX-berekening is juist bedoeld als bedrijfsspecifieke methode voor melkvee en bevat al een correctie voor stikstofvervluchtiging. Wie daarvan wil afwijken, kan dat… Lees meer
Lees verderAfkeuring eco-activiteiten GLB: juridisch wankel fundament en groeiend risico op bezwaarprocedures
De recente golf aan afkeuringen van eco-activiteiten binnen het GLB is niet alleen een uitvoeringsprobleem, maar ontwikkelt zich in rap tempo tot een juridisch vraagstuk van formaat. Waar de regeling bedoeld is als stimulans voor verduurzaming, zien we in de praktijk een systeem dat juridisch kwetsbaar is en ondernemers in een structureel nadelige bewijspositie plaatst. Voor veel bedrijven komt de afwijzing als een verrassing – vaak pas zeer ruim ná afloop van het kalenderjaar. Daarmee wordt de facto een subsidie achteraf ingetrokken, zonder reële mogelijkheid tot herstel. Dat wringt, niet alleen praktisch, maar ook bestuursrechtelijk. Resultaatverplichting versus rechtszekerheid De eco-regeling is ingericht als een resultaatgerichte subsidie. In theorie prima en… Lees meer
Lees verderGolf afwijzingen eco-regelingen GLB leidt tot groeiende onvrede in de praktijk
De afgelopen weken worden landbouwers in toenemende mate geconfronteerd met afwijzingen van hun aanvragen voor eco-regelingen binnen het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB). In de vakpers wordt inmiddels breed verslag gedaan van deze ontwikkeling, waarbij vooral de omvang en motivering van de afwijzingen vragen oproepen. Strikte toepassing en administratieve kwetsbaarheid Uit diverse publicaties blijkt dat de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) de voorwaarden voor eco-maatregelen strikt toepast. Kleine afwijkingen in de uitvoering of administratieve vastlegging – zoals perceelsregistratie, gewaskeuze of timing van maatregelen – leiden al snel tot volledige of gedeeltelijke afwijzing. Daarbij lijkt weinig ruimte te bestaan voor herstel of proportionaliteitstoetsing. Met name bij maatregelen rond bufferstroken, kruidenrijk grasland en niet-productieve… Lees meer
Lees verderMinister kan boete niet baseren op ondeugdelijke eindvoorraad
Een melkveehouder ging in hoger beroep tegen een forse mestboete over 2018. De minister had aangenomen dat de gebruiksnorm voor dierlijke meststoffen én de fosfaatgebruiksnorm waren overschreden, mede op basis van een door de NVWA en vervolgens door de minister vastgestelde eindvoorraad dierlijke mest. Het praktische belang van deze uitspraak is duidelijk: als de eindvoorraad in het dossier niet zorgvuldig en controleerbaar is vastgesteld, kan dat rechtstreeks doorwerken in de berekening van de overschrijding en dus in de hoogte van de boete. In deze zaak stond vast dat de AGL 2018 van het bedrijf niet klopte. Juist daarom moest zorgvuldig worden vastgesteld van welke eindvoorraad mocht worden uitgegaan. Het College… Lees meer
Lees verderGeen coulance, wel matiging
Een Belgische intermediair kreeg een bestuurlijke boete omdat zij mestmonsters niet uiterlijk binnen tien werkdagen na bemonstering aan een erkend laboratorium had toegezonden (art. 80 Uitvoeringsregeling Meststoffenwet). De minister legde aanvankelijk een boete op voor 96 overtredingen à € 100 en paste vanwege “herhaling” een matiging van 50% toe. In bezwaar werd het aantal overtredingen teruggebracht door een extra marge van vijf kalenderdagen bovenop de wettelijke termijn toe te passen, zodat nog 40 overtredingen resteerden en de boete uitkwam op € 2.000. De intermediair ging door, omdat zij de uitleg van “verzenden” en de (on)redelijkheid van de boete bestreed en meer matiging wilde. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven… Lees meer
Lees verderBestuursrecht of strafrecht? Handhaving van de Meststoffenwet
Wie de Meststoffenwet overtreedt, belandt niet automatisch in het strafrecht. In de praktijk kent de handhaving twee sporen: het bestuursrechtelijke spoor en het strafrechtelijke spoor. Dat onderscheid is voor landbouwers, intermediairs, maar ook adviseurs essentieel, omdat het veel zegt over het bevoegd gezag, het type verwijt en de mogelijke gevolgen van een dossier. RVO en NVWA controleren samen op naleving van de mestregels; afhankelijk van de aard en ernst van de overtreding gaat een rapport vervolgens naar RVO of naar het Openbaar Ministerie. Bij veel overtredingen van de Meststoffenwet is het bestuursrecht het uitgangspunt. RVO voert administratieve controles uit en neemt, na hoor en wederhoor, een besluit waartegen bezwaar mogelijk… Lees meer
Lees verderGeen beschikkingsmacht betekent geen gebruiksnormen
Een melkveehouderij is recent geconfronteerd met een aanzienlijke bestuurlijke boete wegens overtreding van de Meststoffenwet. Aanleiding was een controle van de NVWA naar de mestboekhouding over het jaar 2020. Daarbij werd vastgesteld dat de ondernemer de gebruiksnormen voor dierlijke mest en fosfaat had overschreden. Een cruciale factor in deze zaak was dat een deel van de opgegeven landbouwgrond achteraf niet voldeed aan het vereiste van ‘beschikkingsmacht’. Hierdoor bleek de beschikbare plaatsingsruimte te hoog te zijn berekend. De Meststoffenwet stelt strikte voorwaarden aan het mogen meetellen van landbouwgrond bij de berekening van de gebruiksnormen. Alleen percelen waarover de ondernemer daadwerkelijk beschikkingsmacht heeft, mogen worden meegenomen. Beschikkingsmacht betekent dat de ondernemer feitelijk… Lees meer
Lees verderBoete wegens onjuiste mestverantwoording houdt stand
Een recente uitspraak op rechtspraak.nl laat opnieuw zien dat een zorgvuldige administratie binnen de Meststoffenwet essentieel is. In deze zaak kreeg een agrarische onderneming een bestuurlijke boete opgelegd wegens het niet correct verantwoorden van meststromen. Uit controles van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) bleek dat de aan- en afvoer van dierlijke mest niet volledig en juist was geregistreerd. Met name ontbraken er vervoersbewijzen en week de administratie af van de feitelijke situatie op het bedrijf. De boete werd opgelegd omdat de ondernemer niet kon aantonen dat hij binnen de gebruiksnormen van de Meststoffenwet had geopereerd. Volgens de wet ligt de bewijslast nadrukkelijk bij de landbouwer: hij moet kunnen onderbouwen… Lees meer
Lees verderIntrekken derogatievergunning en evenredigheid
Het intrekken van een derogatievergunning, betekent direct een aanzienlijke verhoging van het boetebedrag. Eén van de meest voorkomende redenen waarom een derogatievergunning wordt ingetrokken, is dat één van de gebruiksnormen is overschreden. Zo ook in deze situatie waarin het College van Beroep voor het bedrijfsleven onlangs uitspraak deed. Tenminste in eerste instantie. Met het besluit van 4 augustus 2022 heeft de minister de derogatievergunning van de onderneming voor het jaar 2019 ingetrokken, en uitgesloten van deelname aan derogatie voor het jaar 2023. Hierdoor is de onderneming, een boete opgelegd in verband met overschrijding van de gebruiksnorm dierlijke meststoffen in 2019 en een adminstratieve boete opgelegd in verband met het niet… Lees meer
Lees verderBEX en vrije bewijsleer
Voor melkvee zijn forfaitaire productienormen gedefinieerd. Het is duidelijk dat deze productienormen niet representatief zijn voor alle bedrijven. Vooral bij bedrijven waarbij maïs een significant deel uitmaakt van het rantsoen zal de excretie van fosfaat en stikstof door de dieren aanmerkelijk lager zijn dan de forfaitaire productienormen. Om een dergelijke afwijking te kunnen onderbouwen is – als invulling van de zogenaamde vrije bewijsleer – de BEX een alternatief. Met een BEX-berekening kan een veehouder onderbouwen dat de fosfaat- en stikstofexcretie van de dieren lager is dan de forfaitaire norm. De regels die daarbij moeten worden gevolgd zijn opgenomen in de zogenaamde Handreiking Bedrijfsspecifieke Excretie. De Handreiking is daarmee een formalisering… Lees meer
Lees verder