Het evenredigheidsbeginsel kan bij handhaving van de Meststoffenwet op verschillende manieren doorwerken. Dat blijkt uit een uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven over een ingetrokken derogatievergunning en een bestuurlijke boete wegens overschrijding van de gebruiksnormen. Hoewel de intrekking van derogatie na toetsing aan het evenredigheidsbeginsel in stand blijft, wordt de boete vanwege de financiële positie van het bedrijf teruggebracht tot € 60.000. Na correctie wegens overschrijding van de redelijke termijn resteert uiteindelijk een boete van € 55.000. De minister had de derogatievergunning over 2019 ingetrokken omdat de maatschap de gebruiksnormen had overschreden. Het College stelt vast dat de minister bevoegd was de vergunning in te trekken. Daarmee… Lees meer
Lees verderBEX deel 3: Van modelschatting naar bestuurlijke boete: verliezen van stikstof
In de eerste twee delen van deze reeks is besproken hoe de Bedrijfsspecifieke Excretie, kortweg BEX, de stikstof- en fosfaatexcretie van melkvee berekent. Daarbij is ook aandacht besteed aan de onzekerheden die onvermijdelijk zijn verbonden aan beschrijvende modellen, aannames en emissiefactoren. Vooral bij de gasvormige stikstofverliezen is die onzekerheid van belang. Deze verliezen worden niet rechtstreeks gemeten, maar modelmatig berekend. Wanneer de uitkomst vervolgens wordt gebruikt als grondslag voor een handhavingsbesluit of bestuurlijke boete, ontstaat een fundamentele juridische vraag: “Welke bewijskracht mag worden toegekend aan een wetenschappelijke schatting van een verschijnsel dat achteraf niet meer rechtstreeks kan worden vastgesteld?“. Dit doet zich onder andere voor bij de inschatting van de… Lees meer
Lees verderBEX deel 2: Hoe onzeker is de berekende excretie?
In het eerste deel van deze reeks stond de vraag centraal of een bedrijfsspecifieke berekening automatisch ook een nauwkeurigere berekening oplevert. De Bedrijfsspecifieke Excretie (BEX) gebruikt immers veel meer informatie over het individuele melkveebedrijf dan de wettelijke excretieforfaits. De BEX houdt onder meer rekening met de samenstelling van de veestapel, de melkproductie, het rantsoen, de voederwaarden, de beweiding, het stalsysteem en de mestsoort. Daarmee kan de berekende excretie beter worden gedifferentieerd naar de bedrijfsvoering. Maar daarmee is nog niet duidelijk hoe dicht de berekende uitkomst bij de werkelijke excretie ligt. In dit tweede deel staat daarom een andere vraag centraal: Hoe groot is de onzekerheid van de BEX en is… Lees meer
Lees verderBEX deel 1: bedrijfsspecifieker, maar ook nauwkeuriger?
De Bedrijfsspecifieke Excretie, kortweg BEX, wordt gebruikt op melkveebedrijven als onderbouwing dat de werkelijke stikstof- en fosfaatexcretie van het melkvee op een bedrijf afwijkt van de wettelijke forfaits. RVO beschouwt de BEX daarbij als een verantwoordingsinstrument binnen de vrije bewijsleer. De veehouder moet met de berekening overtuigend onderbouwen waarom de excretie op bedrijfsniveau afwijkt van de forfaitaire uitkomst. Deze onderbouwing staat beschreven in de zogenaamde Handreiking BEX. De gedachte achter de BEX klinkt logisch. Hoe meer rekening wordt gehouden met de werkelijke melkproductie, het rantsoen, de voersamenstelling, de veestapel, de huisvesting en de beweiding, hoe beter de berekende excretie bij het individuele bedrijf zou moeten aansluiten. Maar bedrijfsspecifiek is niet… Lees meer
Lees verderCode 61 schept verwerkingsplicht voor intermediair
Een intermediaire onderneming die op VDM’s opmerkingscode 61 vermeldt, neemt daarmee een mestverwerkingsplicht op zich. Dat die vermelding volgens de onderneming achteraf bezien een administratieve vergissing was, maakt de boete niet onevenredig. Ook al is dat voor alle betrokken partijen duidelijk. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven bevestigt daarom de boete aan een intermediaire onderneming van € 12.652,20 wegens het te weinig verwerken van 1.278 kg fosfaat. De onderneming had in 2018 driepartijenovereenkomsten gesloten voor de verwerking van 625 kg fosfaat. Daarnaast stonden op vijftien vervoersbewijzen dierlijke meststoffen VDM’s met opmerkingscode 61, waarmee de onderneming volgens de minister nog eens 4.779 kg fosfaat moest verwerken. Omdat de onderneming 4.126… Lees meer
Lees verderDriemaal dezelfde mestboete bij één landbouwbedrijf?
Een melkveebedrijf, een akkerbouwbedrijf van de zoon en enkele hectares landbouwgrond van de (groot)moeder worden door RVO administratief als één landbouwbedrijf behandeld. Daardoor vervalt de derogatie, ontstaat volgens RVO een overschrijding van de gebruiksnorm en volgt een bestuurlijke boete. De opmerkelijke vraag is vervolgens niet alleen óf er een overtreding is, maar vooral aan wie de boete mag worden opgelegd. De casus speelt in 2022. Een echtpaar exploiteert een melkveehouderijbedrijf met ongeveer 75 hectare landbouwgrond. Circa 82% daarvan bestaat uit grasland. Het bedrijf beschikt over een derogatievergunning en voldoet volgens de afzonderlijke bedrijfsadministratie aan de voorwaarden voor derogatie. Daarnaast exploiteert de zoon een eigen akkerbouwbedrijf met ruim 20 hectare landbouwgrond,… Lees meer
Lees verderGeen extra stikstofcorrectie onder stevig bedrijfsspecifiek bewijs
Onlangs deed het College van Beroep voor het bedrijfsleven uitspraak in een zaak waarin de stikstofverliezen bij melkvee aan de orde waren. Een melkveehouder kreeg een mestboete van € 15.605,10 wegens overschrijding van de gebruiksnorm voor dierlijke meststoffen in 2020. In hoger beroep stelde hij dat de minister bij de berekening van de mestproductie onvoldoende rekening had gehouden met gasvormige stikstofverliezen. De veehouder had voor zijn verantwoording gebruikgemaakt van de BEX-berekening, maar vond dat daarnaast een extra stikstofcorrectie moest worden toegepast. Het College volgt dat betoog niet. De BEX-berekening is juist bedoeld als bedrijfsspecifieke methode voor melkvee en bevat al een correctie voor stikstofvervluchtiging. Wie daarvan wil afwijken, kan dat… Lees meer
Lees verderAfkeuring eco-activiteiten GLB: juridisch wankel fundament en groeiend risico op bezwaarprocedures
De recente golf aan afkeuringen van eco-activiteiten binnen het GLB is niet alleen een uitvoeringsprobleem, maar ontwikkelt zich in rap tempo tot een juridisch vraagstuk van formaat. Waar de regeling bedoeld is als stimulans voor verduurzaming, zien we in de praktijk een systeem dat juridisch kwetsbaar is en ondernemers in een structureel nadelige bewijspositie plaatst. Voor veel bedrijven komt de afwijzing als een verrassing – vaak pas zeer ruim ná afloop van het kalenderjaar. Daarmee wordt de facto een subsidie achteraf ingetrokken, zonder reële mogelijkheid tot herstel. Dat wringt, niet alleen praktisch, maar ook bestuursrechtelijk. Resultaatverplichting versus rechtszekerheid De eco-regeling is ingericht als een resultaatgerichte subsidie. In theorie prima en… Lees meer
Lees verderGolf afwijzingen eco-regelingen GLB leidt tot groeiende onvrede in de praktijk
De afgelopen weken worden landbouwers in toenemende mate geconfronteerd met afwijzingen van hun aanvragen voor eco-regelingen binnen het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB). In de vakpers wordt inmiddels breed verslag gedaan van deze ontwikkeling, waarbij vooral de omvang en motivering van de afwijzingen vragen oproepen. Strikte toepassing en administratieve kwetsbaarheid Uit diverse publicaties blijkt dat de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) de voorwaarden voor eco-maatregelen strikt toepast. Kleine afwijkingen in de uitvoering of administratieve vastlegging – zoals perceelsregistratie, gewaskeuze of timing van maatregelen – leiden al snel tot volledige of gedeeltelijke afwijzing. Daarbij lijkt weinig ruimte te bestaan voor herstel of proportionaliteitstoetsing. Met name bij maatregelen rond bufferstroken, kruidenrijk grasland en niet-productieve… Lees meer
Lees verderMinister kan boete niet baseren op ondeugdelijke eindvoorraad
Een melkveehouder ging in hoger beroep tegen een forse mestboete over 2018. De minister had aangenomen dat de gebruiksnorm voor dierlijke meststoffen én de fosfaatgebruiksnorm waren overschreden, mede op basis van een door de NVWA en vervolgens door de minister vastgestelde eindvoorraad dierlijke mest. Het praktische belang van deze uitspraak is duidelijk: als de eindvoorraad in het dossier niet zorgvuldig en controleerbaar is vastgesteld, kan dat rechtstreeks doorwerken in de berekening van de overschrijding en dus in de hoogte van de boete. In deze zaak stond vast dat de AGL 2018 van het bedrijf niet klopte. Juist daarom moest zorgvuldig worden vastgesteld van welke eindvoorraad mocht worden uitgegaan. Het College… Lees meer
Lees verder