Een melkveehouder ging in hoger beroep tegen een forse mestboete over 2018. De minister had aangenomen dat de gebruiksnorm voor dierlijke meststoffen én de fosfaatgebruiksnorm waren overschreden, mede op basis van een door de NVWA en vervolgens door de minister vastgestelde eindvoorraad dierlijke mest. Het praktische belang van deze uitspraak is duidelijk: als de eindvoorraad in het dossier niet zorgvuldig en controleerbaar is vastgesteld, kan dat rechtstreeks doorwerken in de berekening van de overschrijding en dus in de hoogte van de boete. In deze zaak stond vast dat de AGL 2018 van het bedrijf niet klopte. Juist daarom moest zorgvuldig worden vastgesteld van welke eindvoorraad mocht worden uitgegaan. Het College… Lees meer
Lees verderGeen coulance, wel matiging
Een Belgische intermediair kreeg een bestuurlijke boete omdat zij mestmonsters niet uiterlijk binnen tien werkdagen na bemonstering aan een erkend laboratorium had toegezonden (art. 80 Uitvoeringsregeling Meststoffenwet). De minister legde aanvankelijk een boete op voor 96 overtredingen à € 100 en paste vanwege “herhaling” een matiging van 50% toe. In bezwaar werd het aantal overtredingen teruggebracht door een extra marge van vijf kalenderdagen bovenop de wettelijke termijn toe te passen, zodat nog 40 overtredingen resteerden en de boete uitkwam op € 2.000. De intermediair ging door, omdat zij de uitleg van “verzenden” en de (on)redelijkheid van de boete bestreed en meer matiging wilde. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven… Lees meer
Lees verderBestuursrecht of strafrecht? Handhaving van de Meststoffenwet
Wie de Meststoffenwet overtreedt, belandt niet automatisch in het strafrecht. In de praktijk kent de handhaving twee sporen: het bestuursrechtelijke spoor en het strafrechtelijke spoor. Dat onderscheid is voor landbouwers, intermediairs, maar ook adviseurs essentieel, omdat het veel zegt over het bevoegd gezag, het type verwijt en de mogelijke gevolgen van een dossier. RVO en NVWA controleren samen op naleving van de mestregels; afhankelijk van de aard en ernst van de overtreding gaat een rapport vervolgens naar RVO of naar het Openbaar Ministerie. Bij veel overtredingen van de Meststoffenwet is het bestuursrecht het uitgangspunt. RVO voert administratieve controles uit en neemt, na hoor en wederhoor, een besluit waartegen bezwaar mogelijk… Lees meer
Lees verderGeen beschikkingsmacht betekent geen gebruiksnormen
Een melkveehouderij is recent geconfronteerd met een aanzienlijke bestuurlijke boete wegens overtreding van de Meststoffenwet. Aanleiding was een controle van de NVWA naar de mestboekhouding over het jaar 2020. Daarbij werd vastgesteld dat de ondernemer de gebruiksnormen voor dierlijke mest en fosfaat had overschreden. Een cruciale factor in deze zaak was dat een deel van de opgegeven landbouwgrond achteraf niet voldeed aan het vereiste van ‘beschikkingsmacht’. Hierdoor bleek de beschikbare plaatsingsruimte te hoog te zijn berekend. De Meststoffenwet stelt strikte voorwaarden aan het mogen meetellen van landbouwgrond bij de berekening van de gebruiksnormen. Alleen percelen waarover de ondernemer daadwerkelijk beschikkingsmacht heeft, mogen worden meegenomen. Beschikkingsmacht betekent dat de ondernemer feitelijk… Lees meer
Lees verderBoete wegens onjuiste mestverantwoording houdt stand
Een recente uitspraak op rechtspraak.nl laat opnieuw zien dat een zorgvuldige administratie binnen de Meststoffenwet essentieel is. In deze zaak kreeg een agrarische onderneming een bestuurlijke boete opgelegd wegens het niet correct verantwoorden van meststromen. Uit controles van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) bleek dat de aan- en afvoer van dierlijke mest niet volledig en juist was geregistreerd. Met name ontbraken er vervoersbewijzen en week de administratie af van de feitelijke situatie op het bedrijf. De boete werd opgelegd omdat de ondernemer niet kon aantonen dat hij binnen de gebruiksnormen van de Meststoffenwet had geopereerd. Volgens de wet ligt de bewijslast nadrukkelijk bij de landbouwer: hij moet kunnen onderbouwen… Lees meer
Lees verderIntrekken derogatievergunning en evenredigheid
Het intrekken van een derogatievergunning, betekent direct een aanzienlijke verhoging van het boetebedrag. Eén van de meest voorkomende redenen waarom een derogatievergunning wordt ingetrokken, is dat één van de gebruiksnormen is overschreden. Zo ook in deze situatie waarin het College van Beroep voor het bedrijfsleven onlangs uitspraak deed. Tenminste in eerste instantie. Met het besluit van 4 augustus 2022 heeft de minister de derogatievergunning van de onderneming voor het jaar 2019 ingetrokken, en uitgesloten van deelname aan derogatie voor het jaar 2023. Hierdoor is de onderneming, een boete opgelegd in verband met overschrijding van de gebruiksnorm dierlijke meststoffen in 2019 en een adminstratieve boete opgelegd in verband met het niet… Lees meer
Lees verderBEX en vrije bewijsleer
Voor melkvee zijn forfaitaire productienormen gedefinieerd. Het is duidelijk dat deze productienormen niet representatief zijn voor alle bedrijven. Vooral bij bedrijven waarbij maïs een significant deel uitmaakt van het rantsoen zal de excretie van fosfaat en stikstof door de dieren aanmerkelijk lager zijn dan de forfaitaire productienormen. Om een dergelijke afwijking te kunnen onderbouwen is – als invulling van de zogenaamde vrije bewijsleer – de BEX een alternatief. Met een BEX-berekening kan een veehouder onderbouwen dat de fosfaat- en stikstofexcretie van de dieren lager is dan de forfaitaire norm. De regels die daarbij moeten worden gevolgd zijn opgenomen in de zogenaamde Handreiking Bedrijfsspecifieke Excretie. De Handreiking is daarmee een formalisering… Lees meer
Lees verderGrond en gebruiksnormen
Het gaat nog (te) vaak mis: percelen die in de gebruiksnormenberekening zijn opgenomen, waar dat niet had gemogen. Denk aan percelen in gebruik van terrein beherende organisaties, overheden, waterschappen, etc. Op die percelen mogen dieren worden geweid, er mag mest naar toe, maar ze tellen niet altijd mee voor de gebruiksnormen. Hoe zit dat ? Artikel 9, 10 en 11 van de Meststoffenwet (Msw) stellen dat gebruiksnormen worden toegekend aan de tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond. Op zich duidelijk, of toch niet ? Artikel 1 eerste lid onder h geeft de definitie van landbouwgrond: grond waarop daadwerkelijk enige vorm van landbouw wordt uitgeoefend. Maar dat is niet de volledige… Lees meer
Lees verderMatiging vanwege overschrijden redelijke beslistermijn
In punitieve zaken, zoals bij bestuurlijke boetes in het kader van de Meststoffenwet, geldt het uitgangspunt dat de redelijke termijn voor een procedure in twee instanties (bezwaar en beroep) in beginsel is overschreden als die procedure in haar geheel langer dan twee jaar in beslag heeft genomen. Als redelijke termijn voor een procedure in drie instanties (bezwaar, beroep, hoger beroep) geldt een periode in het geheel vier jaar. Deze matiging kent een achtergrond in het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). De termijn begint op het moment waarop door het bevoegde gezag een handeling is verricht waaraan de betrokkene in redelijkheid de verwachting kan ontlenen dat hem… Lees meer
Lees verderHoe dan? Of eigenlijk: Hoe dan wel?
Enige jaren terug oordeelde het College van Beroep voor het bedrijfsleven (hierna: het College) in een uitspraak van 13 juni 2023 (ECLI:NL:CBB:2023:286), dat de vaststelling van de mestvoorraad en de mestproductie op de wijze zoals vastgelegd in het Uitvoeringsbesluit en in de Uitvoeringsregeling van de Meststoffenwet geen formele rechtskracht heeft. Dit betekent dat het ook mogelijk is om uit te gaan van een andere productie of een andere mestvoorraad als voldoende bewijs kan worden geleverd waaruit blijkt dat de officieel voorgeschreven wijze van berekenen niet voldoet of deze anders hadden dienen te worden vastgesteld dan op grond van hetgeen is vastgelegd in de genoemde regelgeving. Belangrijke toevoeging is dan wel… Lees meer
Lees verder