Ieder jaar controleren de Nederlandse Voedsel en Waren Autoriteit (NVWA) en de Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland (RVO) de mestboekhoudingen van een groot aantal agrarische ondernemers. Deze controles richten zich op verschillende aspecten:

  • Kan de betreffende agrarische ondernemer verantwoorden dat de geproduceerde of de aangevoerde meststoffen op een wijze zijn gebruikt die aan de voorwaarden van de Meststoffenwet voldoet?
  • wordt voldoende mest verwerkt?
  • zijn de gehalten in de afgevoerde mest logisch en verklaarbaar?
  • klopt de administratie en is deze volledig?
  • wordt voldaan aan de voorwaarden van de verantwoorde groei melkveehouderij?
  • voldoet het bedrijf aan de voorwaarden voor derogatie?
  • kloppen de opgegeven voorraden dierlijke mest en de gehalten daarin?
  • Is alle opgegeven grond wel landbouwgrond en is die grond wel in feitelijk gebruik bij het landbouwbedrijf?.

Zeker een controle ‘aan huis’ kan als ingrijpend worden ervaren. Het kan daarom nuttig zijn u tijdens een dergelijke controle bij te laten staan door een deskundige die bekend is met de situatie op uw bedrijf en  met de materie. Dergelijke controles vormen immers niet uw dagtaak, voor de inspecteurs is dit wel het geval. De aanwezigheid van een deskundige die uw belangen behartigt brengt dan wat meer evenwicht in het gesprek.

Wanneer bij de controle overtredingen worden geconstateerd kan daarvoor een bestuurlijke boete worden opgelegd. Eerst zal betrokkene worden gevraagd om een verklaring af te leggen. Ook hier is het van belang dat hierin staat wat u wilt zeggen, zonder dat zaken worden gesteld die ook anders kunnen worden uitgelegd. Ook dan kan de blik van een deskundige van grote waarde zijn.

Wordt een boete opgelegd, dan valt de hoogte daarvan meestal niet mee. Het bedrag van zo’n boete  loopt snel op: Bedragen van 30.000 tot 50.000 Euro zijn geen uitzondering. En dan? Wat moet er dan gebeuren?

RVO stuurt in eerste instantie een zogenaamd ‘voornemen tot het opleggen van een boete’. Er is dan nog geen boete opgelegd. Er is slechts sprake van een voornemen. Het is dan aan de ‘overtreder’ om te bewijzen dat RVO het niet bij het juiste eind heeft. Dit bijvoorbeeld door gebruik te maken van de vrije bewijsleer, maar ook door jurisprudentie van eerdere zaken bij de onderbouwing te betrekken. Dit wordt een zienswijze genoemd. Het indienen kan schriftelijk, maar ook mondeling door middel van een zogenaamd zienswijzegesprek. Ook een combinatie van beiden (schriftelijk plus een gesprek) is het mogelijk.

Naar aanleiding van de ingediende zienswijze zal RVO al dan niet overgaan tot het opleggen van een boete. Indien men het niet eens is met de opgelegde boete staat de mogelijkheid tot bezwaar hiertegen open. Dit kan door een bezwaarschrift in te dienen bij RVO, eventueel gekoppeld aan een ambtelijke hoorzitting (per telefoon of in een persoonlijk onderhoud bij RVO in Assen). Is ook de uitkomst van deze bezwaarprocedure niet tevredenstellend, dan staat de gang naar de rechtbank open. In eerste instantie kan daarbij de casus worden voorgelegd aan de rechtbank in beroep en eventueel staat nog de mogelijkheid van hoger beroep bij  het College van Beroep voor het bedrijfsleven open. De volledige procedure is samengevat in onderstaand diagram.

procedure mestboete

Het succesvol doorlopen van een dergelijke procedure vraagt aan de ene kant om een goede kennis van de procedures, de relevante juridische bepalingen en artikelen. Aan de andere kant is de nodige technische en agrarische kennis van essentieel belang. Alleen dan worden uw belangen zowel inhoudelijk als procedureel optimaal behartigt. Mestboete.nl combineert beiden: zodat u krijgt waar u recht op heeft: een krachtige ondersteuning in het bestrijden van onterechte, onredelijke of onrechtmatige bestuurlijke boetes.

 


Heeft u vragen? Twijfel dan niet en neem contact met ons op: Dit kan via telefoonnummer 06-46003843, via email:  info@mestboete.nl of via onderstaand contactformulier