Administratie bij scheiding van drijfmest

Het scheiden van drijfmest is een relatief eenvoudige  en vaak toegepaste methode om met een beperkt volume, relatief veel fosfaat af te zetten en daarmee te voldoen aan de mestverwerkingsplicht. De mest wordt gescheiden in een dunne en een dikke fractie. De dikke (vaste) fosfaatrijke fractie wordt afgevoerd van het bedrijf en uiteindelijk geëxporteerd. Het scheiden van drijfmest is echter ook regelmatig de oorzaak van een mestboete. Veelal gaat het dan om onlogische gehalten, maar ook het ontbreken van een goede administratie met betrekking tot het scheiden van de mest of het niet gebruiken van de juiste werkingscoëfficiënten van de scheidingsproducten (en daarmee het gebruiken van teveel kunstmest)  kunnen aanleiding zijn voor het opleggen van een mestboete. Over deze laatste zaken hieronder iets meer.

Administratie
In de Meststoffenwet ligt de materiële bewijslast ten aanzien van de naleving van de gebruiksnormen (voor bedrijven met grond) of de verantwoordingsplicht (voor bedrijven met weinig of geen grond)  bij degene die de meststoffen produceert en/of op of in de bodem brengt of laat brengen. Wie mestscheiding toepast, is dan ook gehouden om een goede administratie bij te houden op basis waarvan aannemelijk kan worden gemaakt (naar schatting) hoeveel mest is gescheiden, hoeveel dunne fractie dit heeft opgeleverd en hoeveel dikke fractie uit de scheider is gekomen. Vervolgens moet kunnen worden verantwoord hoeveel hiervan is afgevoerd (dit laatste kan uiteraard ook via de VDM’s). In de administratie zouden met betrekking tot mestscheiding dan ook tenminste de volgende gegevens moeten zijn opgenomen:

  • Het type en model en de capaciteit van de mestscheider (eventueel te onderbouwen met een factuur bij inhuur van de scheider, inclusief betalingsbewijs);
  • De datum van scheiding, het gedraaide aantal uren van de mestscheider en de ingeschatte hoeveelheid ingaande drijfmest;
  • De ingeschatte hoeveelheid en de berekende samenstelling van de dunne en dikke fractie. Hierbij kan de samenstelling van de dunne fractie worden berekend uit de gegevens van de dikke fractie en de totale ingaande drijfmest. De dunne fractie kan uiteraard ook worden bemonsterd. Op deze manier weet u exact wat er in de dunne fractie zit. Dit is echter geen wettelijke verplichting en vaak zorgt berekening van de gehalten voor een betere aansluiting en een logischere balans.
  • Leg vast vanuit welke opslag de drijfmest kwam en in welke opslag de dunne fractie is teruggebracht of opgeslagen.
  • In het geval van afvoer van dikke fractie: bewaar (indien van toepassing) nota’s van het laden van de dikke fractie of geef aan hoe en door wie dit is uitgevoerd.

In het algemeen geldt: hoe meer gegevens worden verzameld, hoe beter en hoe meer overtuigend een en ander kan worden aangetoond en aannemelijk kan worden gemaakt. Maak desnoods foto’s van het mestscheiden als ondersteunende stukken voor in de administratie.

Werkingscoëfficiënt
Wanneer de dikke en/of de dunne fractie wordt gebruikt op de eigen grond, moet rekening worden gehouden met de juiste werkingscoëfficiënt. Voor de dunne fractie geldt een werkingscoëfficiënt van 80%. Dit is fors hoger dan voor dierlijke mest en deze hogere werkingscoëfficiënt zal dan ook ten koste gaan van de ruimte voor de aanvoer van stikstof via kunstmest. Voor de dikke fractie is de werkingscoëfficiënt gelijk aan die van vaste mest van de betreffende diersoort en afhankelijk van een aantal criteria en ligt deze tussen de 30 en 55%. Wanneer  de dunne fractie na mestscheiding wordt gemengd met drijfmest geeft de wet aan, dat u voor het gehele mengsel moet rekenen met de hoogste wc (zie Tabel 3 uit het tabellenboek Meststoffenwet): categorie ‘mengsels van meststoffen‘.  In de praktijk wordt met deze regel met enige coulance betracht, mits een voldoende deugdelijke en logische administratie over de hoeveelheid ontstane dunne fractie kan worden overlegd.

Op bovenstaande geldt (uiteraard) ook een uitzondering:  Er mag worden gerekend met de werkingscoëfficiënt voor drijfmest in het geval wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:

  • de dunne fractie gaat na mestscheiding in zijn geheel in de mestopslag waaruit de ingaande mest voor scheiding afkomstig was;
  • de dikke fractie na mestscheiding wordt in zijn geheel gebruikt als strooisel in de ligboxen op uw bedrijf.

Tenslotte, voor sommige managementsystemen is het lastig om met mestscheiding te rekenen. In dergelijke gevallen kan  de drijfmest die de scheider ingaat worden geboekt als afvoer van drijfmest van het bedrijf en de dikke en dunne fractie weer als aanvoer.