Rietzwenkgras: kampioen fosfaatefficiëntie?

Zachtbladig rietzwenk; kampioen fosfaatefficiëntie’, zo kopte het artikel, om te vervolgen met de tekst:  ‘Nu fosfaatrechten in Nederland een feit zijn, is efficiënt omgaan met dit mineraal nog belangrijker om enige ontwikkelruimte te behouden op het melkveebedrijf’. Vervolgens wordt de link gemaakt naar het voordeel van een grassoort met een hoge fosfaatefficiëntie: zachtbladig rietzwenkgras. Het klinkt logisch, maar is dit wel zo? Is een hoge fosfaatefficiëntie van gewassen een gunstige eigenschap, die resulteert in  ontwikkelruimte?

Fosfaatrechten hebben betrekking op de uitscheiding van fosfaat via mest door melkvee. Hoe lager de fosfaatuitscheiding per dier, hoe meer dieren kunnen worden houden. Om een lagere fosfaatuitscheiding te krijgen – en dus ontwikkelingsruimte te realiseren –  moet de fosfaatopname door de dieren dus laag zijn bij voldoende opname van energie en eiwit. Dit betekent lage fosfaatgehalten in het ruwvoer. Een laag fosfaatgehalte kan alleen bij een lage fosfaatopname door het gewas. Dus zoek je naar gewassen met wellicht juist een lage fosfaatefficiëntie  in termen van fosfaatopname per kg drogestof. Op zich een verassende conclusie, maar wellicht ook wat kort door de bocht. Wat hierboven wordt gesteld is dat het gaat om het fosfaatgehalte in het ruwvoer, met andere woorden hoeveel fosfaat zit er in het gras per kg drogestof. En dan doet rietzwenk het best goed (zie onderstaande Tabel). Nog liever, zou je willen kijken naar de hoeveelheid fosfaat per kVEM of per kg ruweiwit.

Conclusie 1: Voor de fosfaatrechten is niet de efficiëntie van opname van belang, maar gaat om het gehalte aan P per kg drogestof of beter nog het gehalte aan P per kVEM.

tabel rietzwenk

bron: Barenbrug

 

In het artikel wordt verder gesteld: ‘De relatieve drogestof opbrengst van dit mengsel (rietzwenkgras) ligt 19 procent hoger dan van een grasmengsel met 100 procent Engels raaigras.’ Dit betekent dat het verschil in P opname geen kwestie is van efficiëntie, maar van een verschil in drogestofproductie. Bij een opbrengst van 11.900 kg drogestof zou het mengsel van rietzwenkgras 118 kg fosfaat opnemen (zie Tabel) en een mengsel van Engels raaigras met 10.000 kg drogestof 115 kg fosfaat. Het effect dat in de Tabel wordt gepresenteerd lijkt dus een opbrengst effect. Er wordt niet meer fosfaat opgenomen uit de bodem, de opgenomen fosfaat wordt verdund over meer kilogrammen drogestof.

Conclusie 2: rietzwenkgras is geen kampioen fosfaatefficiëntie, maar eerder kampioen drogestof produceren.

Bovenstaande wil niet zeggen dat rietzwenkgras geen rol kan hebben bij het invullen van maatregelen in het kader van het anticiperen op fosfaatrechten. Het geeft slechts aan dat een commerciële boodschap van een leverancier altijd binnen de feitelijke toepassing op het veehouderijbedrijf moet worden beoordeeld.