Advies Raad van State wetsvoorstel Wet grondgebonden groei melkveehouderij

De Afdeling advisering van Raad van State (hierna: de Afdeling) adviseert over wetgeving en bestuur. De Afdeling adviseert uitsluitend over de juridische context en juistheid van de Wet zelf en in relatie met andere wetgeving. Inhoudelijk velt de Afdeling geen oordeel. Onlangs heeft de Afdeling advies uitgebracht over het wetsvoorstel grondgebonden groei melkveehouderij. Het wetsvoorstel (klik hier) en de memorie van toelichting (klik hier) zijn op 26 september 2015 bij de Tweede Kamer ingediend ter behandeling door de vaste commissie voor Economische Zaken. Daarmee is ook het advies van de Afdeling openbaar geworden.

De Afdeling gaat in haar advies met name in op twee punten: als eerste de regulering van het eigendomsrecht en de manier waarop dit  inhoudelijk wordt gemotiveerd in het wetsvoorstel. Als tweede de periode waarover de knelgevallenvoorziening zou moeten gelden.

De Afdeling  wijst er in haar advies op dat de melkveehouders minder mogelijkheden krijgen om de uitbreiding van de fosfaatproductie in zijn geheel buiten het bedrijf te verwerken. Immers, afhankelijk van de intensiteit van een bedrijf,  moet er ook extra grond onder het bedrijf worden gebracht.  De Afdeling concludeert dat hiermee sprake is van regulering van het gebruik van eigendom. Een inmenging in het eigendomsrecht moet op grond van Europeesrechtelijke verdragen niet alleen deugdelijk worden bekendgemaakt, maar daarnaast ook inhoudelijk voldoende precies en nauwkeurig zijn in de omschrijving van wie, wanneer tot wat bevoegd is. De Afdeling vraagt aandacht voor deze omschrijving.

Het tweede punt betreft de knelgevallenregeling die het wetsvoorstel kent. Deze voorziening houdt in dat alleen melkveehouders die kunnen aantonen dat zij vóór 7 november 2014 financiële verplichtingen zijn aangegaan voor het laten verwerken van hun gehele fosfaatoverschot, deze contracten gewoon mogen uitdienen. De Afdeling merkt op dat op 7 november 2014 alleen nog maar bekend was dat het geheel verwerken van het fosfaatoverschot zou kunnen worden beperkt, door bedrijven te verplichten een deel van de extra fosfaatproductie te compenseren met grond. Pas op het moment dat de nieuwe regels op 30 maart 2015 werden aangekondigd in verband met de voorhang van het ontwerpbesluit in beide kamers van de Staten-Generaal, is duidelijk geworden hoe de beperking eruit gaat zien.

Gelet daarop moet in de toelichting bij het wetsvoorstel uitgebreider worden ingegaan op de rechtvaardiging voor het feit dat de regels ook zien op het kalenderjaar 2015. Daarbij moet aandacht worden besteed aan grensdatum van 7 november 2014 die voor de knelgevallenvoorziening is gekozen.

Lees hier de volledige tekst van het advies van de Raad van State en het nadere rapport van de minister.