Aanmelden vrijstelling AMvB grondgebondenheid

koe in wei

Aanmelden voor de vrijstelling kan via de site van RVO

Met de vrijstelling AMvB grondgebondenheid mag het gehele melkveefosfaatoverschot worden verwerkt. Met andere woorden een bedrijf hoeft geen extra grond te verwerven of de fosfaatproductie van het melkvee te beperken om aan de AMvB grondgebondenheid te voldoen.

Voorwaarden voor vrijstelling
Bedrijven kunnen gebruik maken van de vrijstelling AMvB grondgebondenheid wanneer het bedrijf voldoet aan de volgende voorwaarden:

  • Het bedrijf meldt zich voor 1 februari 2016 aan voor de vrijstelling
  • Het bedrijf stuurt voor 1 februari 2016 bewijsstukken op waarmee het bedrijf aantoont dat het bedrijf  voor 30 maart 2015 financiële verplichtingen is aangegaan om het volledige melkveefosfaatoverschot te laten verwerken.
  • Het bedrijf kan binnen 3 maanden na afloop van het kalenderjaar aantonen dat het bedrijf het volledige melkveefosfaatoverschot heeft laten verwerken door degene met wie het bedrijf de financiële verplichting is aangegaan.

Bewijsstukken
Met de aanmelding dienen bewijsstukken te worden meegestuurd waaruit blijkt dat er financiële verplichtingen zijn aangegaan. De bewijsstukken kunnen digitaal met de aanmelding naar RVO worden toegestuurd, of na de aanmelding per post aan RVO worden toegestuurd.

Bewijsstukken die kunnen worden overlegd kunnen bijvoorbeeld kopieën zijn van de relevante overeenkomst(en). Het kan daarbij gaan om contracten met een verwerker (VDM met code 61), bewerker (driepartijenovereenkomst) of landbouwer (vervangende verwerkingsovereenkomst). Uit de overeenkomst moet blijken dat er voor 30 maart 2015 financiële verplichtingen zijn aangegaan om het gehele melkveefosfaatoverschot te laten verwerken. In de contracten moet duidelijk vermeld staan voor welke jaren de financiële verplichtingen zijn aangegaan.

Binnen 3 maanden na afloop van elk kalenderjaar moeten vervolgens de bewijzen worden ingestuurd. Uit deze bewijsstukken die dienen te worden toegezonden aan RVO moet blijken dat het gehele melkveefosfaatoverschot over het afgelopen kalenderjaar is verwerkt door de partij waarmee  de financiële verplichting is aangegaan. De eerste keer is dit dus na afloop van het jaar 2016. RVO moet dan de betreffende stukken dus voor 1 april 2017 hebben ontvangen.

De financiële verplichting dient dus te zijn aangegaan voordat de precieze omvang van het melkveefosfaatoverschot van de komende jaren bekend is. Uit de overeenkomst moet desondanks blijken dat deze betrekking heeft op het hele verwachte melkveefosfaatoverschot van het bedrijf.