Aanmelden derogatie voor 1 februari 2015

grasland

de bekendste voorwaarde voor derogatie is ongetwijfeld de eis van tenminste 80% grasland in het areaal

Wie in 2015 gebruik wil maken van derogatie kan zich tot en met 31 januari 2015 hiervoor aanmelden. Dit kan via de pagina Derogatie op de site van RVO. Het tijdig aanmelden is slechts één van de voorwaarden waaraan u moet voldoen om voor derogatie in aanmerking te komen. Hieronder een overzichtje met de eisen die gelden voor deelname aan derogatie:

  • U meldt zich voor 1 februari aan.
  • U doet voor 1 februari opgave Aanvullende gegevens (over 2014).
  • U betaalt het verschuldigde bedrag via een automatische incasso.
  • Van de totale oppervlakte landbouwgrond die u op 15 mei bij uw bedrijf in gebruik heeft bestaat minimaal 80 % uit grasland. Met grasland wordt bedoeld  gras dat wordt geteeld voor diervoeder. De percelen heeft u van 15 mei tot en met 15 september onafgebroken als grasland in gebruik. Als u grasland vernieuwt, mag u die percelen ook meetellen. Gras voor graszaad of graszoden, siergrassen en gras als vanggewas telt niet mee als grasland.
  • U zorgt ervoor dat uw landbouwgrond is bemonsterd en geanalyseerd op de fosfaattoestand en de waarde van het stikstofleverend vermogen (zie ook dit bericht).
  • U stelt voor 1 februari een bemestingsplan op. In de Toelichting bij Bemestingsplan leest u hoe u dit doet. Een wijziging moet u binnen zeven dagen in het bemestingsplan opnemen. Het bemestingsplan bewaart u vijf jaar op uw bedrijf.
  • U gebruikt op uw bedrijf geen fosfaat uit kunstmest.
  • U mag voor percelen landbouwgrond die bestaan uit klei of veen rekenen met de norm van 250 kg stikstof uit graasdierenmest. Voor percelen die bestaan uit zand en löss en die liggen in de provincie Overijssel, Gelderland, Utrecht, Noord-Brabant of Limburg geldt de norm van 230 kg. Voor percelen zand en löss in de rest van Nederland geldt de norm van 250 kg.
  • U stelt op verzoek gegevens beschikbaar voor monitoringsonderzoek en u werkt mee aan metingen van het grond- en oppervlaktewater.
  • U zorgt ervoor dat u de administratieve verplichtingen van de mestwetgeving nakomt.
  • U houdt zich aan de regels van de mestwetgeving zoals de gebruiksnormen, uitrijdregels, gebruik (bijvoorbeeld een vanggewas na maïs op zand- en lössgrond en de voorwaarden voor het mogen vernietigen van de graszode) en aan- en afvoer van meststoffen.

De gebruiksnorm van 250 of 230 kg stikstof bij derogatie geldt alleen voor mest van graasdieren. Graasdieren zijn runderen (behalve witvleeskalveren), schapen, geiten, paarden, ezels, Midden-Europese edelherten, damherten en waterbuffels. Het maakt niet uit of de mest op het eigen bedrijf is geproduceerd of is aangevoerd.

Als u ook mest van staldieren gebruikt, berekent u eerst hoeveel hectare u nodig heeft om de graasdierenmest toe te delen. Voor die hectares geldt de norm van 250 of 230 kg stikstof per hectare per jaar. Voor de overige hectares geldt de norm van 170 kg stikstof per hectare per jaar. U berekent uw gebruiksruimte op bedrijfsniveau en u mag de mest naar eigen inzicht verdelen.