Stikstofverliezen veehouderij driemaal hoger dan aangenomen ?

De Meststoffenwet (hierna: Msw) heeft als uitgangspunt dat een bedrijf moet aantonen dat het voldoet aan de gebruiksnormen (artikel 7 Msw) of de verantwoordingsplicht (artikel 14 Msw). Uitgangspunt hiervoor is  de hoeveelheid stikstof en fosfaat in dierlijke mest die op een bedrijf wordt geproduceerd. Deze hoeveelheid wordt berekend op basis van excretieforfaits, de methode van de stalbalans of de vrije bewijslast (bijvoorbeeld de BEX). Bij de vaststelling van de excretie van stikstof wordt de berekende hoeveelheid uitgescheiden stikstof verminderd met gasvormige verliezen die optreden in de stal, bij beweiding en in de mestopslag. Hiervoor zijn forfaits beschikbaar. Deze forfaits worden per diercategorie, stalsysteem en geproduceerde mestsoort (drijfmest of vaste mest) bepaald.

bron: Trouw

De forfaits voor de (gasvormige) stikstofverliezen zijn berekend met het rekenmodel NEMA (National Emission Model for Agriculture) als de som van de verliezen van  ammoniak (NH3), stikstofoxide (NOx), lachgas (N20) en stikstofgas (N2).

Een alternatieve methode voor de bepaling van de stikstofverliezen zou, omdat fosfaat niet vervluchtigt, zijn om te kijken naar verandering in de stikstof/fosfaat-verhouding bij de geproduceerde mest (zonder correctie voor het stikstofverlies) en de afgevoerde mest en op basis van dat verschil de stikstofverliezen te berekenen. Onlangs verscheen van het CBS een publicatie deze vergelijking is gemaakt. waarin die vergelijking is gemaakt: de stikstofverliezen werden berekend op basis van de verandering in de stikstof/fosfaat-verhouding in de mest tussen het moment van excretie en bij de afvoer van dierlijke mest. De verkregen waarden werden vergeleken met de normen die nu worden gebruikt voor de stikstofverliezen en die zijn berekend met gebruikmaking van NEMA.

Uit eerder onderzoek naar mogelijke verschillen kwam al naar voren dat de gasvormige stikstofverliezen uit stallen en mestopslagen die met NEMA worden berekend, lager zijn dan de verliezen die kunnen worden afgeleid uit het verschil in de verhouding tussen stikstof en fosfaat bij excretie en bij mestafvoer van het bedrijf. Die conclusie wam ook uit dit onderzoek van het CBS. Bij de meeste mestsoorten is het stikstofverlies op basis van het verschil in de verhouding tussen stikstof/fosfaat-verhouding groter dan het verlies dat berekend wordt in NEMA. Bij reguliere huisvestingsystemen van rundvee, varkens en pluimvee komen de waarden redelijk overeen, maar bij emissie-arme huisvestingssystemen en vaste mestsoorten was het verschil groter. Een tweede conclusie van de auteurs was dat er geen duidelijk verschil in emissie werd waargenomen tussen de berekende verliezen van traditionele en emissie-arme huisvestingssystemen. Vooral dit laatste kwam in de publiciteit.

Deze laatste conclusie is uiteraard een reden van zorg, maar de bevindingen en resultaten van het CBS-onderzoek moeten wel met de nodige voorzichtigheid worden beschouwd. Immers:

  • Het is niet is bekend in welke vorm hoeveel stikstof verdwijnt. Het maakt nogal wat uit of het als NH3 of als N2 verdwijnt:
  • De uitgangspunten van het onderzoek zijn vrij grofmazig als het gaat om de samenstelling van de geproduceerde mest;
  • De vraag kan worden gesteld of de samenstelling van de afgevoerde mest wel representatief is voor de geproduceerde mest. De Msw gaat daar wel van uit (artikel 94a van de uitvoeringsregeling), maar of het ook werkelijk zo is;
  • Wordt alle stikstof die wordt afgevoerd ook wel teruggevonden in de analyse van het genomen monster?
  • Tenslotte is het de vraag of de opgestelde balans wel compleet is (denk aan spuiwater) en het waargenomen verschil inderdaad is verdwenen als gasvormig verlies.

Duidelijk lijkt echter wel dat de momenteel gebruikte correctiefactoren zoals die door NEMA worden berekend te laag zijn binnen de nu gebruikte systematiek en dit er voor kan zorgen dat veehouders administratief te weinig stikstof via mest af kunnen voeren. Dit probleem kennen we ook als de problematiek van het ‘stikstofgat’ dat we regelmatig in de praktijk waarnemen.

Wat dat betreft bevestigt het onderzoek van het CBS wat eigenlijk al wel bekend was. Nu is het zaak om – mede gezien de hele discussie over stikstof en de veehouderij – hier goed en gedegen op door te pakken. Dat geeft meer inzicht en verbetert de mogelijkheid om gericht maatregelen te nemen.

Lees hier het rapport van het CBS