Hoeveel fosfaat mag een veehouderijbedrijf verwerken?

Wie meer fosfaat op zijn bedrijf produceert dan kan worden geplaatst op de bij het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond (en niet voor één van de uitzonderingsregels in aanmerking komt) moet een percentage van dit fosfaatoverschot (laten) verwerken. Dit kan op drie manieren:

  • Mest afvoeren met op het vervoersbewijs dierlijke meststoffen (VDM) de opmerkingscode 61;
  • Door middel van het afsluiten van een zogenaamde driepartijenovereenkomst mestverwerking (DPO);
  • Via het overdragen van een deel van de verwerkingsplicht aan een overnemende partij via een vervangende verwerkingsovereenkomst (VVO).

Een DPO of een VVO indienen kan tot en met 31 december 2019 via de pagina Mestverwerkingsplicht voor de landbouwer op mijn.rvo.nl. Na deze datum kunt u geen veranderingen meer doorgeven of overeenkomsten over 2019 worden ingediend. Daarom worden in deze periode van het jaar traditioneel veel overeenkomsten opgesteld. Immers pas nu is ongeveer bekend hoe hoog de verwerkingsplicht zal zijn, maar de overeenkomst moet wel tijdig worden geregistreerd.

Maar hoeveel mest mag een veehouderijbedrijf in een kalenderjaar verwerken via DPO’s of via een VDM met code 61 en hoeveel van de verwerkingsplicht kan dan via een VVO’ worden overgenomen van een andere veehouder?

RVO stelt op haar site: ‘Als overnemende partij mag u voor een maximale hoeveelheid fosfaat VVO’s afsluiten. Deze hoeveelheid is maximaal het aantal kilogram mest (in fosfaat) dat de dieren op het bedrijf een kalenderjaar produceren, verminderd met uw eigen verwerkingsplicht. De verwerkingsplicht die wordt overgenomen dient te worden verwerkt met een DPO of VDM met opmerkingscode 61 en mag niet worden ingevuld door hier zelf weer een VVO als overdrager voor af te sluiten‘.

De grondslag voor bovenstaande volgt uit artikel 33a derde lid van de Msw. Daarin wordt de hoeveelheid fosfaat die wordt verwerkt in een kalenderjaar beperkt tot ‘de hoeveelheid dierlijke meststoffen, uitgedrukt in kilogrammen fosfaat, die in een kalenderjaar op een bedrijf wordt geproduceerd’. Er kan dus niet meer worden verwerkt (via een VDM met code 61 of een DPO) dan de productie van fosfaat in het kalenderjaar op het bedrijf.

Vervolgens kunnen voor een deel van die hoeveelheid als overnemer van de verwerkingsplicht van een ander VVO’s worden afgesloten. Uit artikel 33a vijfde lid van de Msw dat de overgenomen verwerkingsplicht ook daadwerkelijk moet worden verwerkt (via DPO of mestcode 61) door het overnemende bedrijf en hiervoor geen VVO’s mogen worden ingezet.

Eventueel mag (een deel van) de eigen verwerkingsplicht dan weer wel worden ingevuld met VVO’s die worden aangeschaft van een partij die de verwerkingsplicht overneemt. Wel is van belang dat dat de som van de verwerkingsovereenkomsten (som van de hoeveelheid fosfaat via DPO, overgedragen VVO en code 61) niet hoger mag zijn dan de totale productie van hoeveelheid dierlijke meststoffen uitgedrukt in kilogrammen fosfaat op het bedrijf in het betreffende kalenderjaar.
Een aantal voorbeelden: In alle onderstaande voorbeelden bedraagt de fosfaatproductie op het bedrijf in het betreffende kalenderjaar: 10.000 kg. De eigen verwerkingsplicht bedraagt 5.900 kg fosfaat.

  1. Een bedrijf draagt een verwerkingsplicht van 7.500 kg fosfaat over aan een collega veehouder via een VVO en sluit een VVO af overnemer af voor de teveel gecontracteerde (1.600 kg) VVO’s met een andere collega veehouder. Dit bedrijf voldoet niet aan de voorwaarden. Het bedrijf had de 1.600 kg overgenomen verwerkingsplicht immers moeten verwerken via een DPO of een VDM met code 61.
  2. Een bedrijf zet 10.000 kg fosfaat af via een DPO overeenkomst. Het bedrijf neemt via een VVO een verwerkingsplicht over van 4.100 kg fosfaat. Dit bedrijf voldoet wel aan de voorwaarden. Aan de eigen verwerkingsplicht wordt voldaan en het totaal van DPO is niet hoger dan de eigen jaarproductie.
  3. Een bedrijf zet 10.000 kg fosfaat af via een DPO overeenkomst. Het bedrijf neemt via een VVO een verwerkingsplicht over van 7.500 kg fosfaat. Om te kunnen voldoen aan de eigen verwerkingsplicht wordt een VVO afgesloten met een overnemer van 3.400 kg fosfaat. Dit bedrijf voldoet niet aan de voorwaarden: Aan de eigen verwerkingsplicht wordt weliswaar voldaan (2.500 kg via DPO en 3.400 kg via VVO). Maar de som van de afvoer via de DPO (10.000) en de extra afgesloten VVO’s (3.400), is groter dan de eigen productie aan fosfaat in het kalenderjaar en dat is niet toegestaan.
  4. Een bedrijf zet 5.000 kg fosfaat af via een DPO overeenkomst. Het bedrijf neemt 3.500 kg fosfaat over van een derde via een VVO. Het bedrijf draagt een verwerkingsplicht 4.400 kg over aan een overnemer met een VVO. Dit bedrijf wel voldoet aan de regels: Aan de eigen verwerkingsplicht wordt voldaan (4.400 kg VVO + 1.500 kg fosfaat via DPO). De som van de verwerkte hoeveelheid via de DPO (5.000 kg) plus de overgedragen VVO (4.400 kg) is lager dan de productie van fosfaat op het bedrijf (10.000 kg).

 

Kortom: let op bij het handelen in of met VVO’s, zeker wanneer u een aanzienlijk deel van de mestproductie op uw bedrijf heeft verwerkt via een VDM met code 61 of een DPO-overeenkomst.