{"id":3253,"date":"2026-11-06T21:31:07","date_gmt":"2026-11-06T21:31:07","guid":{"rendered":"https:\/\/www.mestboete.nl\/?p=3253"},"modified":"2026-11-06T21:31:07","modified_gmt":"2026-11-06T21:31:07","slug":"rechtbank-verlaagt-mestboete-wegens-uitzonderlijk-trage-besluitvorming","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.mestboete.nl\/?p=3253","title":{"rendered":"Rechtbank verlaagt mestboete wegens uitzonderlijk trage besluitvorming"},"content":{"rendered":"<p style=\"text-align: justify;\">Een overschrijding van de beslistermijn voor het opleggen van een mestboete kan aanleiding zijn voor een verdergaande matiging dan het maximum van \u20ac 2.500 dat RVO doorgaans hanteert. Dat blijkt uit een u<a href=\"https:\/\/uitspraken.rechtspraak.nl\/details?id=ECLI:NL:RBNNE:2025:5938\">itspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 13 juni 2025<\/a>, die op 30 oktober 2026 is gepubliceerd. De rechtbank verlaagt een mestboete van \u20ac 108.125,50 naar \u20ac 97.062,95 vanwege de uitzonderlijk lange duur van de besluitvorming en de overschrijding van de redelijke termijn.<\/p>\n<p style=\"text-align: justify;\">De zaak betreft een landbouwbedrijf die in 2018 volgens de minister de gebruiksnormen van de Meststoffenwet had overschreden. De NVWA stelde op 24 september 2019 een boeterapport op. Pas op 18 augustus 2022 volgde het voornemen tot boeteoplegging en op 7 december 2022 werd daadwerkelijk een boete opgelegd.\u00a0 Na bezwaar werd de boete vastgesteld op \u20ac 108.125,50. Het bedrijf stelde beroep in en bestreed onder meer de vaststelling van de mestvoorraden, de waardering daarvan en de oppervlakte landbouwgrond die voor de berekening van de gebruiksnormen was meegenomen.<\/p>\n<p style=\"text-align: justify;\" data-wp-editing=\"1\"><a href=\"http:\/\/www.mestboete.nl\/wp-content\/uploads\/2020\/05\/20200508-rechtbank.jpg\"><img loading=\"lazy\" decoding=\"async\" class=\"alignleft wp-image-2289\" src=\"http:\/\/www.mestboete.nl\/wp-content\/uploads\/2020\/05\/20200508-rechtbank-300x200.jpg\" alt=\"\" width=\"400\" height=\"267\" srcset=\"https:\/\/www.mestboete.nl\/wp-content\/uploads\/2020\/05\/20200508-rechtbank-300x200.jpg 300w, https:\/\/www.mestboete.nl\/wp-content\/uploads\/2020\/05\/20200508-rechtbank-768x513.jpg 768w, https:\/\/www.mestboete.nl\/wp-content\/uploads\/2020\/05\/20200508-rechtbank.jpg 960w\" sizes=\"auto, (max-width: 400px) 100vw, 400px\" \/><\/a>De rechtbank volgt de minister op deze inhoudelijke onderdelen. De ondernemer had onvoldoende objectieve en verifieerbare gegevens overgelegd om de vastgestelde beginvoorraad te weerleggen. Ook mocht de minister bij de waardering van de mestvoorraden gebruikmaken van de analyseresultaten van afgevoerde mest. De correcties op de opgegeven oppervlakte landbouwgrond waren volgens de rechtbank eveneens voldoende onderbouwd. Daarmee blijven de vastgestelde overtredingen in stand. Toch leidt het beroep tot een aanzienlijke verlaging van de boete.<\/p>\n<p style=\"text-align: justify;\">Artikel 5:51, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht bepaalt dat een bestuursorgaan binnen dertien weken na de dagtekening van een boeterapport moet beslissen over het opleggen van een bestuurlijke boete. In deze zaak verstreken tussen het boeterapport en het boetebesluit maar liefst drie jaar en drie maanden. De wettelijke beslistermijn werd daarmee met ongeveer 156 weken overschreden. De rechtbank benadrukt dat de termijn van dertien weken een termijn van orde is. Overschrijding daarvan betekent dus niet dat de minister zijn bevoegdheid om een boete op te leggen automatisch verliest. Ook was de wettelijke verjaringstermijn van vijf jaar nog niet verstreken. Maar daarmee is de lange duur van de besluitvorming niet zonder betekenis.<\/p>\n<p style=\"text-align: justify;\">Volgens het boetebeleid van RVO wordt een mestboete bij een overschrijding van de beslistermijn met meer dan 26 weken doorgaans met 10% gematigd, tot een maximum van \u20ac 2.500. Die maximale korting had de minister in bezwaar al toegepast. De rechtbank vindt dat in deze zaak onvoldoende. Daarbij weegt zwaar dat de beslistermijn uitzonderlijk ruim is overschreden en dat de ondernemer gedurende die periode geen informatie had ontvangen over het verdere verloop van de procedure. Tijdens de zitting kon de minister bovendien niet verklaren waarom de zaak zo lang was blijven liggen.<\/p>\n<p style=\"text-align: justify;\">Onder deze omstandigheden acht de rechtbank een matiging van 10% passend, zonder toepassing van het maximum van \u20ac 2.500.<\/p>\n<p style=\"text-align: justify;\">Daar komt nog een tweede termijnoverschrijding bij. Naast de beslistermijn van artikel 5:51 Awb geldt in bestuurlijke boetezaken de redelijke termijn van artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Voor de behandeling van een boetezaak tot en met de rechtbank geldt in beginsel een termijn van twee jaar, gerekend vanaf het moment waarop de ondernemer redelijkerwijs mocht verwachten dat hem een boete zou worden opgelegd.<\/p>\n<p style=\"text-align: justify;\">In deze zaak begon die termijn op 18 augustus 2022, de datum van het boetevoornemen. Op het moment van de uitspraak was de redelijke termijn met tien maanden overschreden. De rechtbank ziet daarin aanleiding voor een aanvullende matiging van 5%, met een maximum van \u20ac 2.500. Na toepassing van beide matigingen wordt de boete vastgesteld op \u20ac 97.062,95.<\/p>\n<p style=\"text-align: justify;\">Voor de praktijk is vooral van belang dat de rechtbank de overschrijding van de beslistermijn en de overschrijding van de redelijke termijn als twee afzonderlijke matigingsgronden beoordeelt.<\/p>\n<p style=\"text-align: justify;\">De uitspraak laat bovendien zien dat het maximum van \u20ac 2.500 uit het boetebeleid van RVO niet onder alle omstandigheden doorslaggevend is. Wanneer de besluitvorming uitzonderlijk lang duurt en de minister daarvoor geen toereikende verklaring heeft, kan een verdergaande matiging aangewezen zijn.<\/p>\n<p style=\"text-align: justify;\">Dat betekent niet dat iedere overschrijding van de dertienwekentermijn automatisch recht geeft op een hogere korting. De rechtbank betrekt nadrukkelijk de bijzondere omstandigheden van deze zaak bij haar oordeel.<\/p>\n<p style=\"text-align: justify;\">De belangrijkste les is dat bij de beoordeling van een mestboete niet alleen de berekening van de overtreding, maar ook het verloop van de procedure zorgvuldig moet worden onderzocht. Vooral bij oudere boetedossiers verdient de periode tussen het NVWA-rapport, het boetevoornemen en het uiteindelijke boetebesluit afzonderlijke aandacht.<\/p>\n<p style=\"text-align: justify;\">Een uitzonderlijk lange en onvoldoende verklaarde vertraging kan ook wanneer de overtreding zelf vaststaat, leiden tot een aanzienlijke verlaging van de boete.<\/p>\n<p style=\"text-align: justify;\">Lees <a href=\"https:\/\/uitspraken.rechtspraak.nl\/details?id=ECLI:NL:RBNNE:2025:5938\">hier<\/a> de volledige uitspraak<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Een overschrijding van de beslistermijn voor het opleggen van een mestboete kan aanleiding zijn voor een verdergaande matiging dan het maximum van \u20ac 2.500 dat RVO doorgaans hanteert. Dat blijkt uit een uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 13 juni 2025, die op 30 oktober 2026 is gepubliceerd. De rechtbank verlaagt een mestboete van \u20ac 108.125,50 naar \u20ac 97.062,95 vanwege de uitzonderlijk lange duur van de besluitvorming en de overschrijding van de redelijke termijn. De zaak betreft een landbouwbedrijf die in 2018 volgens de minister de gebruiksnormen van de Meststoffenwet had overschreden. De NVWA stelde op 24 september 2019 een boeterapport op. Pas op 18 augustus 2022 volgde het voornemen&hellip; <a class=\"read-more\" href=\"https:\/\/www.mestboete.nl\/?p=3253\">Lees meer<\/a><\/p>\n","protected":false},"author":1,"featured_media":0,"comment_status":"closed","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"_jetpack_newsletter_access":"","_jetpack_dont_email_post_to_subs":false,"_jetpack_newsletter_tier_id":0,"_jetpack_memberships_contains_paywalled_content":false,"_jetpack_hide_featured_image":false,"_jetpack_featured_image_duplicate_dismissed":0,"_jetpack_memberships_contains_paid_content":false,"footnotes":""},"categories":[1],"tags":[],"class_list":["post-3253","post","type-post","status-publish","format-standard","hentry","category-uncategorized"],"jetpack_sharing_enabled":true,"jetpack_shortlink":"https:\/\/wp.me\/p5qGiI-Qt","jetpack_featured_media_url":"","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.mestboete.nl\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/3253","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.mestboete.nl\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.mestboete.nl\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/types\/post"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.mestboete.nl\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/users\/1"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.mestboete.nl\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fcomments&post=3253"}],"version-history":[{"count":3,"href":"https:\/\/www.mestboete.nl\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/3253\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":3256,"href":"https:\/\/www.mestboete.nl\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/3253\/revisions\/3256"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.mestboete.nl\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fmedia&parent=3253"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.mestboete.nl\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fcategories&post=3253"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.mestboete.nl\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Ftags&post=3253"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}