{"id":3138,"date":"2026-08-29T11:09:53","date_gmt":"2026-08-29T11:09:53","guid":{"rendered":"https:\/\/www.mestboete.nl\/?p=3138"},"modified":"2026-08-29T11:09:53","modified_gmt":"2026-08-29T11:09:53","slug":"afwijken-van-diercategorie-vraagt-bewijs-en-duidelijke-vastlegging","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.mestboete.nl\/?p=3138","title":{"rendered":"Afwijken van diercategorie vraagt bewijs \u00e9n duidelijke vastlegging"},"content":{"rendered":"<p class=\"isSelectedEnd\" style=\"text-align: justify;\">Drie uitspraken uit 2026 laten zien dat de indeling van runderen in een diercategorie grote gevolgen kan hebben voor de berekende mestproductie en daarmee voor een mestboete. Hoewel bijlage D bij de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet ruimte biedt om de categorie te kiezen die het beste aansluit bij de feitelijke situatie, is voor een afwijking van de meest voor de hand liggende categorie een stevige onderbouwing nodig. Een schriftelijk bevestigd advies van RVO kan daarbij echter een doorslaggevende rol spelen.<\/p>\n<p class=\"isSelectedEnd\" style=\"text-align: justify;\">In een uitspraak van 27 februari 2026 oordeelde de Rechtbank Oost-Brabant over zoogkoeien die na het afkalven werden afgemest voor de slacht. De veehouder stelde dat deze dieren niet meer thuishoorden in categorie 120 voor weide- en zoogkoeien, maar in categorie 122 voor roodvleesstieren, ossen en vrouwelijke dieren die op dezelfde wijze worden gemest. Categorie 122 kent een lager excretieforfait.<\/p>\n<p class=\"isSelectedEnd\" style=\"text-align: justify;\"><a href=\"http:\/\/www.mestboete.nl\/wp-content\/uploads\/2021\/05\/20210514-hamer.jpg\"><img loading=\"lazy\" decoding=\"async\" class=\"alignright wp-image-2428\" src=\"http:\/\/www.mestboete.nl\/wp-content\/uploads\/2021\/05\/20210514-hamer-300x225.jpg\" alt=\"\" width=\"400\" height=\"300\" srcset=\"https:\/\/www.mestboete.nl\/wp-content\/uploads\/2021\/05\/20210514-hamer-300x225.jpg 300w, https:\/\/www.mestboete.nl\/wp-content\/uploads\/2021\/05\/20210514-hamer-768x576.jpg 768w, https:\/\/www.mestboete.nl\/wp-content\/uploads\/2021\/05\/20210514-hamer-1024x768.jpg 1024w, https:\/\/www.mestboete.nl\/wp-content\/uploads\/2021\/05\/20210514-hamer.jpg 1920w\" sizes=\"auto, (max-width: 400px) 100vw, 400px\" \/><\/a>De rechtbank volgde dit niet. Categorie 120 omvat koeien die ten minste eenmaal hebben gekalfd en geen melk- of kalfkoeien zijn. Categorie 122 ziet volgens de rechtbank op jongvee dat vanaf ongeveer drie maanden tot de slacht wordt gemest. De woorden \u2018op dezelfde wijze\u2019 hebben niet alleen betrekking op het rantsoen of het feitelijke afmesten, maar ook op de leeftijd en levensfase waarin daarmee wordt begonnen. Een zoogkoe die al heeft gekalfd, blijft daarom tijdens het afmesten in categorie 120. Dat onderzoek wordt gedaan naar een andere indeling van diercategorie\u00ebn, maakte dit niet anders.<\/p>\n<p class=\"isSelectedEnd\" style=\"text-align: justify;\">Een vergelijkbare indeling stond centraal in een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant van 25 juni 2026. Ook daar waren zoogkoeien na het afkalven van categorie 120 naar categorie 122 verplaatst. De rechtbank stelde echter niet vast dat categorie 122 inhoudelijk de juiste categorie was. De boete van \u20ac 11.408,85 verviel omdat de veehouder met succes een beroep deed op het vertrouwensbeginsel.<\/p>\n<p class=\"isSelectedEnd\" style=\"text-align: justify;\">De echtgenote van de veehouder had RVO telefonisch concreet gevraagd of de dieren na het afkalven en tijdens het afmesten voor de slacht naar categorie 122 mochten worden overgebracht. Zij kreeg een bevestigend antwoord en vroeg diezelfde dag per e-mail of zij dat goed had begrepen. RVO antwoordde schriftelijk dat het antwoord van de collega klopte en dat de dieren moesten worden ingedeeld in de categorie die het dichtst bij de situatie kwam.<\/p>\n<p class=\"isSelectedEnd\" style=\"text-align: justify;\">Volgens de rechtbank mocht de veehouder dit redelijkerwijs opvatten als een welbewuste standpuntbepaling over zijn concrete situatie. De toezegging kon aan RVO worden toegerekend en er waren geen voldoende zwaarwegende belangen om het gewekte vertrouwen niet te honoreren. Het boetebesluit werd daarom herroepen.<\/p>\n<p class=\"isSelectedEnd\" style=\"text-align: justify;\">Het College van Beroep voor het bedrijfsleven behandelde op 11 augustus 2026 een andere poging om van een diercategorie af te wijken. Een koppel van 265 runderen was geheel of gedeeltelijk ingedeeld in categorie 122. Volgens de veehouder waren de dieren klein, vermagerd en in slechte conditie en sloten zij qua voerinname, gewicht en mestproductie beter aan bij categorie 117 voor ros\u00e9kalveren. Een verklaring van de dierenarts, videobeelden en nadere berekeningen waren onvoldoende.<\/p>\n<p class=\"isSelectedEnd\" style=\"text-align: justify;\">Voor de keuze van de best passende diercategorie zijn volgens het CBb meerdere factoren van belang, waaronder leeftijd, gewicht, voersamenstelling en huisvesting. Uit de verklaring en de beelden kon niet worden afgeleid dat de dieren daadwerkelijk minder mest of mineralen produceerden dan uit het toegepaste forfait volgde. Bovendien was de eigen administratie niet consistent: op de aangepaste veesaldokaart waren de dieren verdeeld over de categorie\u00ebn 101, 117 en 122, terwijl in beroep werd gesteld dat het hele koppel in categorie 117 thuishoorde.<\/p>\n<p class=\"isSelectedEnd\" style=\"text-align: justify;\">De uitspraken maken duidelijk dat de mogelijkheid om de best passende diercategorie te gebruiken geen vrije keuze biedt voor het gunstigste excretieforfait. Wie wil afwijken van de categorie die op grond van leeftijd, geslacht en levensfase voor de hand ligt, moet met concrete en controleerbare bedrijfsgegevens onderbouwen waarom een andere categorie feitelijk beter past. De dierregistratie, het rantsoen, de huisvesting, het gewicht en de ontwikkeling van de dieren moeten daarbij een consistent beeld geven.<\/p>\n<p class=\"isSelectedEnd\" style=\"text-align: justify;\">Bij twijfel verdient het aanbeveling RVO een zo concreet mogelijke, schriftelijke vraag voor te leggen. Een telefonisch antwoord alleen is kwetsbaar. De uitspraak van Zeeland-West-Brabant laat zien dat een schriftelijke bevestiging van een advies over de specifieke bedrijfssituatie het verschil kan maken. Zij vormt echter geen inhoudelijke bevestiging dat afgemeste zoogkoeien in categorie 122 mogen worden ingedeeld. De uitspraak beschermt het gewekte vertrouwen; de inhoudelijke lijn uit de andere twee uitspraken blijft dat een afwijkende diercategorie deugdelijk en bedrijfsspecifiek moet worden bewezen.<\/p>\n<p class=\"isSelectedEnd\">Bronnen:<\/p>\n<p class=\"isSelectedEnd\">Rechtbank Oost-Brabant 27 februari 2026, SHE 25\/1630 (niet gepubliceerd op Rechtspraak.nl).<br \/>\nRechtbank Zeeland-West-Brabant 25 juni 2026, <a href=\"https:\/\/deeplink.rechtspraak.nl\/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:5600\">ECLI:NL:RBZWB:2026:5600<\/a>.<br \/>\nCollege van Beroep voor het bedrijfsleven 11 augustus 2026, <a href=\"https:\/\/deeplink.rechtspraak.nl\/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2026:364\">ECLI:NL:CBB:2026:364<\/a>.<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Drie uitspraken uit 2026 laten zien dat de indeling van runderen in een diercategorie grote gevolgen kan hebben voor de berekende mestproductie en daarmee voor een mestboete. Hoewel bijlage D bij de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet ruimte biedt om de categorie te kiezen die het beste aansluit bij de feitelijke situatie, is voor een afwijking van de meest voor de hand liggende categorie een stevige onderbouwing nodig. Een schriftelijk bevestigd advies van RVO kan daarbij echter een doorslaggevende rol spelen. In een uitspraak van 27 februari 2026 oordeelde de Rechtbank Oost-Brabant over zoogkoeien die na het afkalven werden afgemest voor de slacht. De veehouder stelde dat deze dieren niet meer thuishoorden in&hellip; <a class=\"read-more\" href=\"https:\/\/www.mestboete.nl\/?p=3138\">Lees meer<\/a><\/p>\n","protected":false},"author":1,"featured_media":0,"comment_status":"closed","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"_jetpack_newsletter_access":"","_jetpack_dont_email_post_to_subs":false,"_jetpack_newsletter_tier_id":0,"_jetpack_memberships_contains_paywalled_content":false,"_jetpack_memberships_contains_paid_content":false,"footnotes":""},"categories":[1],"tags":[],"class_list":["post-3138","post","type-post","status-publish","format-standard","hentry","category-uncategorized"],"jetpack_sharing_enabled":true,"jetpack_shortlink":"https:\/\/wp.me\/p5qGiI-OC","jetpack_featured_media_url":"","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.mestboete.nl\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/3138","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.mestboete.nl\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.mestboete.nl\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/types\/post"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.mestboete.nl\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/users\/1"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.mestboete.nl\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fcomments&post=3138"}],"version-history":[{"count":1,"href":"https:\/\/www.mestboete.nl\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/3138\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":3139,"href":"https:\/\/www.mestboete.nl\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/3138\/revisions\/3139"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.mestboete.nl\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fmedia&parent=3138"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.mestboete.nl\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fcategories&post=3138"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.mestboete.nl\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Ftags&post=3138"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}